OPINION: Why does everything have to be so politically correct? [NL/EN]

// English version below //

Er gaat geen dag voorbij zonder dat deze zin ergens in de analoge of digitale sferen voorbij komt galopperen. Ogenschijnlijk is het een simpele uitdrukking van ongenoegen: geen enkele mening mag nog uitgesproken worden, tenzij het past in een bepaald discours. En dat kan niet, want meningsuiting is vrij. Maar is het wel zo simpel? En wat betekent dat eigenlijk, ‘politiek correct’ zijn? (EF)

Voor de oorsprong van de term ‘politiek correct’ wordt in het algemeen verwezen naar de late jaren 1920. Er waaide een communistisch bewind in de Sovjet-Unie en alles wat in de lijnen van de Stalinistische politiek lag, was ‘politiek correct’. De term verwijst hier dus naar overtuigingen die in de lijn liggen van de machthebbende ideologie.
De voorbije jaren heeft de term een heuse comeback gemaakt. Politieke correctheid – met catchy afkorting ‘poco’ – wordt in elk debat waar één of ander diversiteitskenmerk relevant is kwistig in het rond gestrooid. We moeten het zijn of we mogen het niet zijn maar we zetten er alleszins zeker iets over in onze Twitter bio.

In een queeste voor de reden van deze comeback, wordt er wel eens gegoocheld met de vernietiging van de Europese beschaving en andere samenzweringstheorieën. De verklaring is echter veel simpeler: de laatste jaren hebben minderheden andere gediscrimineerde groepen niet alleen steeds meer rechten verworven, maar ook een groter platform en meer invloed in het publieke debat kunnen opbouwen (wat overigens positief is – als je dat niet vindt, heb je iets straffers nodig dan deze opinie).
Dit is het grote verschil tussen de Sovjet-betekenis en de huidige betekenis. De huidige kritieken en bedenkingen die als ‘politiek correct’ worden omschreven, komen niet van de machthebbende groep, maar wel van hen die net minder macht hebben.

Het Jan Zonder Vrees gevoel van de politiek incorrecten is dus bijzonder misplaatst: naar eigen zeggen strijdend voor de marginale, andere mening, zwemmend tegen de stroom in en het opnemend voor de vrije meningsuiting. Maar vaak behoren deze trotse zalmen tot de meer geprivilegieerde groepen in onze samenleving. Niemand probeert zalmen hun vrije meningsuiting af te nemen; er wordt hen enkel gewezen op het feit dat hun ‘marginale’ meningen de gewoonte hebben om de gemarginaliseerden net méér te onderdrukken.

“Maar waarom staan zij dan niet open voor mijn meningen?” zwaait een vinger. Het komt eigenlijk neer op twee dingen. Enerzijds valt de wijsheid van persoonlijke ervaring niet te onderschatten. Het is bijvoorbeeld niet zo dat holebi’s niet openstaan voor meningen van heteroseksuelen over homofobie; het probleem is eerder dat deze heteroseksuelen het over het algemeen nalaten relevant te zijn, regelmatig de bal misslaan, af en toe ronduit beledigend zijn (bv. victim blaming). Het zou de heteroseksueel niet schaden om in deze context te erkennen dat hij/zij over dit onderwerp waarschijnlijk minder bij te dragen heeft en zich beter zou toeleggen op het luisteren naar de personen mét die ervaringen.
Anderzijds is het licht hallucinant om van een persoon te verwachten open te staan voor een mening die beledigend is en bijdraagt aan structurele ongelijkheid. In elk debat je eigen bestaan moeten verdedigen is schadelijk voor de mentale gezondheid en eigenwaarde van een mens. Een racistische opmerking krijgen wanneer dat al je hele leven een constante is, met de boodschap “jij bent minderwaardig”, in een samenleving waar je ook structureel als minderwaardig wordt gezien en behandeld, is anders dan wanneer iemand een veralgemening maakt over West-Vlamingen.

Wanneer iemand expliciet of impliciet vraagt om meer ‘politieke correct’ te zijn, is de boodschap dus niet “jij mag geen eigen mening hebben” of “er is maar één juiste mening en dat is de mijne” of “weg met jullie”. De boodschap is de volgende: “jouw mening is om maatschappelijke en historische redenen beledigend en gevaarlijk, omdat ze bijdraagt aan de structurele benadeling en onveiligheid van bepaald groepen in de maatschappij”. Het gaat hier niet over snowflakes wiens gevoelens gekwetst zijn, maar over heel reële, negatieve invloeden op het leven van echte mensen.

Een mening kan misschien hypothetisch zijn, maar ideeën beïnvloeden de samenleving. En voor de ene persoon (of de ene gemeenschap) is de kans dat zo’n ideeën invloed hebben op hun leven groter dan voor de andere. Transfobe uitspraken zijn bijvoorbeeld niet enkel beledigend voor trans personen; zulke uitspraken zorgen voor een verdere delegitimering van een groep die sowieso al als weinig legitiem wordt gezien – met het gebrek aan rechten vandien. Grappen maken over seksueel misbruik is niet alleen traumatiserend; het zorgt hier ook voor een delegitimering van slachtoffers, wat hier bijzonder problematisch is door de hoge straffeloosheid, victim blaming en culturele banalisering.

Er is een schrijnend gebrek aan gevoeligheid in onze debatten. En gevoeligheid is allesbehalve een zwakte. Het is een van de moeilijkste, meest uitdagende dingen die er zijn. In haar comedy special voor Netflix ‘Nanette’ (die écht wel de moeite is om helemaal te bekijken), zegt Hannah Gadsby het volgende:

This is about how we conduct debate in public about sensitive things. It’s toxic. It’s juvenile. It’s destructive. We think it’s more important to be right than it is to appeal to the humanity of people we disagree with.

Er is niets bewonderenswaardigs aan een totaal gebrek aan empathie voor mensen die andere ervaringen hebben. Het is niet moedig om een zogezegd afwijkende mening te verkondigen zonder enige aandacht voor de maatschappelijke implicaties en gevaren ervan. Vanop een uit privileges opgebouwde toren gaan schreeuwen trots politiek incorrect te zijn en vervolgens een uit samenzweringstheorieën aan elkaar genaaide slachtofferrol omwikkelen is niet meer dan grotesk.

We moeten leren om te luisteren. Wanneer iemand ons wijst op bewuste of onbewuste, bedoelde of onbedoelde uitingen van discriminerende structuren in onze taal en onze ideeën, mogen we niet in het defensieve gaan. Ook al is het moeilijk om onszelf in vraag te stellen, en nog moeilijker om toe te geven dat we iets niet wisten, dat we daar nog niet over hadden nagedacht, dat we fout zaten. We hebben niet het recht om mensen die discriminatie ervaren die wij niet kennen te vertellen hoe ze zich daarbij moeten voelen, en al helemaal niet om hen te vertellen dat ze hun eigen marginalisatie verkeerd ervaren.

Laten we niet zeggen ‘politiek correct’. Laten we zeggen ‘met respect, empathie en een historisch en maatschappelijk bewustzijn’. Voorstellen voor een catchy afkorting altijd welkom.

//

Not a day goes by without this sentence galloping by somewhere in analogue or digital spheres. Seemingly it’s a simple expression of dissatisfaction: an opinion cannot be spoken unless it follows a certain discourse. And that isn’t right, because speech is free. But is it actually this simple? And what does that mean exactly, being “politically correct”? (EF)

The origin of the term politically correct is not entirely certain, but it was coined in the late 1920s. A communist regime was at the helm of the Soviet Union and everything that aligned with Stalinist politics was “politically correct”. So here the term refers to convictions that accord with the ideology in power.
In the past couple of years the term has made a full comeback. Political correctness – with catchy abbreviation “PC” – is being scattered around profusely in every debate in which some diversity characteristic is relevant. We must be it or we mustn’t be it but we’ll surely put something about it in our Twitter bio.

In a quest for the reason of this comeback, there is some dabbling in the destruction of European civilisation and other conspiracy theories. Though the explanation is much simpler: in recent years minorities and other discriminated groups have not only acquired more rights, but have also been able to build a larger platform and gain more influence in the public debate (which is a good thing, by the way – if you don’t agree with that, you need something stronger than this opinion piece).
This is the big difference between the Soviet meaning and the current meaning. The contemporary critiques and remarks that are considered “politically correct” do not come from a group in power, but precisely from those who have less power.

The Fearless Knight feeling of the politically incorrect is thus particularly misplaced: supposedly battling for the marginal, other opinion, swimming against the stream and standing up for free speech. But often these proud salmons belong to the more privileged groups in our society. No one is trying to rob salmons of their free speech; it is merely being pointed out to them that their “marginal” opinions have a habit of oppressing the marginalised even further.

“But why aren’t they open to my opinions?” a finger points out. It comes down to two things. On the one hand the wisdom of personal experience is not to be underestimated. It is for example not that LGB people are not open to the opinion of heterosexuals on the subject of homophobia; the problem is rather that these heterosexuals generally fail to be relevant, regularly whiff the ball, occasionally are outright insulting (i.e. victim blaming). In this context it wouldn’t hurt the heterosexual to acknowledge that in this context they probably have less to contribute, and should rather engage in listening to the people with these experiences.
On the other hand it’s slightly staggering to expect a person to be open to an opinion that is insulting and adds to structural inequality. Having to defend your existence in every debate is detrimental to the mental health and self-worth of a human being. Getting a racist remark when that has been a constant for your entire life, with the message “you are inferior”, in a society that does structurally see and treat you as inferior, is different than the generalisation of the West-Flemish.

When someone explicitly or implicitly asks to be more “politically correct”, the message is not “you can’t have your own opinion” or “there is only one correct opinion and it’s mine” or “away with you”. The message is as follows: “your opinion is due to societal and historical reasons offensive and dangerous, because it contributes to the structural disadvantaging of certain groups in society”. This isn’t about “snowflakes” whose feelings are hurt, but about very real, negative influences on the lives of real people.
An opinion might be hypothetical, but ideas influence society. And for one person (or one community) the chance that such ideas influence their lives is larger than for others. Transphobic statements, for example, are not only insulting to trans people; such statements further delegitimise a group that already is very much delegitimated – with the corresponding lack of rights. Making jokes about sexual abuse is not only traumatising; it also causes a delegitimisation of survivors, which is especially problematic here because of the high impunity, victim blaming and cultural trivialisation.

There is a poignant lack of sensitivity in our debates. And sensitivity is all but a weakness. It’s one of the hardest, most challenging things there are. In her comedy special for Netflix Nanette (which is absolutely worth watching in its entirety), Hannah Gadsby says the following:
“This is about how we conduct debate in public about sensitive things. It’s toxic. It’s juvenile. It’s destructive. We think it’s more important to be right than it is to appeal to the humanity of people we disagree with.”

There is nothing admirable about a total lack of empathy for people who have different experiences. It is not courageous to proclaim a supposedly deviant opinion without any attention to its societal implications and dangers. Shouting from a tower built of privilege that you’re proudly politically incorrect and subsequently rolling yourself in a victim role stitched together from conspiracy theories is nothing but grotesque.

We have to learn to listen. When someone points our conscious or unconscious, intentional or unintentional expressions of discriminating structures in our language and our ideas out to us, we can’t get defensive. Even though it’s hard to question ourselves, and even harder to admit that there is something we didn’t know, that we hadn’t thought about that, that we were wrong. We do not have the right to tell people who have experienced discrimination that we don’t know how to feel about that, and even less to tell them that they experience their own marginalisation in the wrong way.

Let us not say “politically correct”. Let us say “with respect, empathy and a historical and societal consciousness”. Proposals for a catchy abbreviation always welcome.

UNDIVIDED for KU Leuven

UNDIVIDED is a student-faculty diversity initiative at KU Leuven. For a more inclusive university. Contact us at UNDIVIDED@kuleuven.be or on our social media.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s